Saamhorigheid als antwoord op populisme

In de nasleep van de door Trump gewonnen verkiezingen in de US was president Obama regelmatig te zien en te horen. Zijn boodschap van saamhorigheid, hoop en vertrouwen vormt pijnlijk duidelijk een contrast met het verhaal van Trump. 

Dicht bij huis zien we een vergelijkbare ontwikkeling: populisme drijft Nederlanders met verschillende culturele achtergrond uit elkaar. Eén van de indrukwekkendste  speeches als antwoord op gemakkelijk populisme vind ik de toespraak op dodenherdenking, 4 mei 2013, van generaal buiten dienst Peter van Uhm. Hij verloor zijn zoon bij een aanslag in Afghanistan. 

In de Tweede Wereldoorlog vocht mijn vader aan de oevers van de Waal.
In die oorlog, waar mensen mensen doodden, zag mijn vader het duister.
Mensen werden opgepakt. Vervolgd.
Omdat ze geen ‘wij’ waren, maar ‘zij’.

Mensen werden vermoord. Uitgeroeid. Louter om wie ze waren.
Mensen kwamen in verzet, bestreden de onmenselijkheid.
Zij moesten hun moed met de dood bekopen.
Wij gedenken hen allen met het diepste respect.

Al jong kende ik hun geschiedenis.
Door de verhalen van mijn vader.
Door de verhalen van de geallieerden die vochten voor ons,
een ander volk, in een ander land.

Het maakte diepe indruk.
Op 16-jarige leeftijd keek ik om mij heen.
De Tweede Wereldoorlog was over.
Maar voor veel overlevenden ging de oorlog door.

Velen voelen nog iedere dag het duister.
Ik besefte: de strijd voor rechtvaardigheid is nooit over.
De strijd voor vrijheid begint elke dag opnieuw.
In jezelf. En in de samenleving.

Ik vroeg mijzelf: ‘‘Peter, miljoenen mensen is ’n keuze ontnomen.
Jij hebt wel een keuze.
Wat ga jij doen met je leven?
Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?’’

Ik besloot te dienen.
Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’.
Wie dient, denkt ook in ‘wij’.
Daar begint de overwinning op het onrecht.
Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid,
een betere wereld, die maak je samen.

Ook mijn zoon besloot te dienen.
Wat was ik trots.

Hij sneuvelde.
Voor een ander volk.
In een ander land.
Vijf jaar en zestien dagen geleden.

Het waren duistere dagen.
Wat heb je aan idealen,
wat heb je aan die betere wereld morgen,
als je er vandaag je zoon aan verliest?

Dat zijn de vragen die ook ik mijzelf stelde.
Twee weken na zijn dood stond ik hier op De Dam.
Het was 4 mei 2008.
Een moeilijk, confronterend moment.
Maar ook een bewuste keuze.

Dit monument,
gewijd aan de nagedachtenis van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers,
maar ook de saamhorigheid hier op De Dam en in het land,
het hielp mij.

4 Mei hielp mij koers te houden
in die duistere dagen waarin dienen zo’n pijn deed.

Ik hoop dat 4 mei ons allen helpt koers te houden.
Niet alleen vandaag.
Maar ook de driehonderd-vier-en-zestig dagen erna.

Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid van 4 mei ons helpt om in tijden van ‘ik’, het ‘wij’ terug te vinden.

Want niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’, maar vanuit het ‘wij’, ontstaan de goede dingen.

Dat heeft de geschiedenis ons geleerd.

Dat moeten wij blijven herdenken.
Dat moeten wij blijven afspreken.
Met onszelf.
En met elkaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *